Het online en offline platformvoor samenwerking, kennisdeling en innovatie

“We moeten zorgvuldiger omgaan met mest”

10-09-2018 0 reacties

​​​​​​​In januari dit jaar werd het Nederlands Centrum voor Mestverwaarding (NCM) opgericht, een onafhankelijk kenniscentrum met als doel het faciliteren van mestverwaarding en het versterken van samenwerking in de keten. Directeur Jan Roefs sprak over de noodzaak van deze organisatie met Boerderij.

Roefs brengt ruime ervaring met zich mee: hij was in het verleden mede-eigenaar van een kunstmestfabriek, voorzitter vollegrondsgroenteteelt voor LTO en lid van het ZLTO-hoofdbestuur. Daarnaast was hij ruim 15 jaar boer. Nu richt hij zich fulltime op mestverwerking en -verwaarding.

De opgaven

Aan Boerderij vertelt Roefs dat het niet opschiet met mest in Nederland. Er zijn verschillende problemen. Ten eerste maken boeren hoge kosten. “In de varkenshouderij betalen boeren gemiddeld € 20 tot € 30 per kuub voor hun mestafzet. Qua milieukosten is een Nederlandse boer bijvoorbeeld 12 cent per kilo vleesvarken meer kwijt dan zijn Spaanse collega,” vertelt Roefs. En dat terwijl we nog steeds de Europese nitraatnorm niet in heel Nederland halen.

De belasting van mest op het milieu is fors, en er is een groot overschot. En hoewel mest een waardevol product is, met zeer nuttige nutriënten, wordt het nu nog niet optimaal benut. Dat kan echt beter. “Je moet er zorgvuldig mee omgaan,” aldus Roefs. Maar dat is makkelijker gezegd dan gedaan. Het onderwerp mest ligt politiek namelijk gevoelig. Bij de bouw van een mestverwerkingsfabriek zijn omwonenden vaak bang voor overlast. Ze associëren mestverwaarding met grote stallen en nóg meer dieren, en dat leidt tot weerstand. “Soms is die weerstand heel begrijpelijk, maar een patstelling blokkeert alles,” vindt Roefs. “Daar schiet niemand wat mee op. Ook het milieu niet.”

Onafhankelijk aanspreekpunt

Uit een inventarisatie in 2017 is gebleken dat er veel behoefte is aan een onafhankelijk aanspreekpunt waar partijen (denk aan boeren, maar ook voor mestverwerkers, -exporteurs, overheden en kennisinstellingen) voor informatie en kennis terecht kunnen en waar ze knelpunten kunnen melden. Door kennis te bundelen, de juiste nieuwe initiatieven op te zetten, partijen te verbinden en export te verbeteren, kan NCM een belangrijke, onafhankelijke rol vervullen. Daarbij wil de organisatie boeren inzicht geven in de mogelijkheden die er voor hen liggen, en de voor- en nadelen die daarbij horen. Dat is nu vaak lastig, omdat de mestwereld versnipperd is. “Boeren kunnen uit zoveel opties kiezen, ze staan voor een oerwoud.”

Roefs is bij het NCM de verbindende schakel tussen partijen. Zo is hij bijvoorbeeld nauw betrokken bij de organisatie van een conferentie van de provincie Noord-Brabant, over de internationalisering in mest. Daar brengt hij de juiste partijen aan tafel.   

Werken aan structurele oplossingen

In de nabije toekomst vergen een aantal ontwikkelingen extra aandacht van het NCM. Door bijvoorbeeld de daling van de fosfaatnorm op percelen met een hoge fosfaattoestand in 2019 en de AGR-GPS-verplichting zal de druk op de mestmarkt toenemen. Maar het NCM richt zich daarbij wel het liefst op structurele oplossingen, en niet op kortetermijnoplossingen. Dat begint met het in kaart brengen van de beschikbare informatie. “Er is in het verleden namelijk ontzettend veel werk verzet en er zijn veel onderzoeken gedaan. Echter, die informatie ligt overal verspreid. Het is heel belangrijk om dit eerst goed in kaart te brengen en vervolgens via een website te publiceren. Die informatie kan immers als basis dienen voor nieuwe projecten,” legt Roefs uit.

De financiering voor de activiteiten van het NCM is voor de eerste 3 jaar rond. Het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit draagt hier voor het grootste gedeelte aan bij. Andere partners zijn de (meeste intensieve) provincies Noord-Brabant, Limburg, Gelderland en Overijssel. Ook LTO, POV, Nevedi, slachterijen en partijen uit de zuivelketen zijn betrokken.

Bron: Boerderij


0  reacties