Het online en offline platformvoor samenwerking, kennisdeling en innovatie

Minder pesticiden, het kan!

04-09-2018 0 reacties

Het gebruik van pesticiden heeft verschillende negatieve effecten op onze gezondheid én op het milieu. En dat terwijl we met flink minder pesticiden toekunnen, meldt de Groene Amsterdammer. Met 4 tips om dit te realiseren.

Door onze op chemie gebaseerde landbouw loopt de insectenstand drastisch achteruit, en dat heeft weer effect op vogels. De terugloop is vooral zichtbaar in landbouwgebieden, dus het lijkt erop dat het gebruik van pesticiden in de landbouw een belangrijke oorzaak is. Ook op onze gezondheid kan het gebruik van pesticiden negatieve effecten hebben. Er duiken steeds vaker schimmels op die resistent blijken tegen medicijnen. Natuurlijk zijn niet alle bestrijdingsmiddelen hetzelfde en even extreem, maar dat de negatieve gevolgen van pesticiden voor waterkwaliteit, volksgezondheid en biodiversiteit nog steeds veel te groot zijn, daarover is iedereen het wel eens. En dat terwijl veel boeren aangeven dat het helemaal niet nodig is om zoveel pesticiden te gebruiken, meldt de Groene Amsterdammer.

Schoon Water voor Brabant

Toon en Twan van der Heijden rijden regelmatig met de spuitboom over hun land in Soerendonk om beginnend onkruid, schimmels en insecten te verwijderen voordat die uitlopen op plagen die de oogst in gevaar kunnen brengen. En hoewel ze houden van de techniek, is het spuiten van bestrijdingsmiddelen ook wel zonde. Er gaat wel vijf tot tien procent van de omzet aan op, en daarnaast hebben de bestrijdingsmiddelen een slecht imago. Daarom doen Toon en Twan mee met Schoon Water voor Brabant. Het doel van dat programma is het gebruik van bestrijdingsmiddelen verminderen. Ze participeren in verschillende onderzoeken.

Gifgebruik verminderen

Peter Leendertse is teamleider plantaardige teelt bij het CLM. Hij doet veel onderzoek naar bestrijdingsmiddelen en coördineert het programma Schoon Water voor Brabant. Leendertse onderzocht of het haalbaar is om het gifgebruik met de helft te verminderen. Zijn conclusie: ja, in de meeste sectoren wel. Hij verwijst daarvoor naar boeren die produceren onder het keurmerk Planet Proof, het vroegere Milieukeur. Dat is niet biologisch, maar kent wel strenge regels voor het gebruik van pesticiden. Deze boeren spuiten meer dan de helft minder dan hun collega’s, en dat alles zonder opbrengstverlies. Ze moeten wel kosten maken om een aantal innovaties toe te passen. 

De voedingstuinbouw onder glas heeft veel vooruitgang geboekt in de laatste jaren. Daar worden gewassen zoals tomaten en paprika’s vaak met veel meer precisietechniek geteeld. Ook zijn daar innovaties mogelijk zoals UV-lampen, die schimmels doden. In de akkerbouw kan dit ook. Volgens een aantal pioniers kunnen we het gifgebruik prima terugbrengen tot de helft. De Groene Amsterdammer geeft hiervoor 4 tips:

1. Zet in op preventie

Geef plagen geen kans door te zorgen voor een betere bodem, waarop gezonde planten groeien. Dat kan bijvoorbeeld door kunstmest te vervangen door organische mineralen en door minder te ploegen, én door verhakselde planten te laten liggen op het land. Deze maatregelen zorgen voor een bodem rijk aan voedingsstoffen, met een goede structuur. Planten worden daar gezond en sterk van, en daardoor minder snel ziek en weerbaarder.

2.  Maak gebruik van de natuur

Als je altijd dezelfde chemische bestrijdingsmiddelen gebruikt kunnen schimmels en insecten resistent worden. Natuurlijke alternatieven zijn dan vaak een stuk efficiënter. Om bijvoorbeeld de spint, een kleine mijt die voeding onttrekt aan de plant, aan te pakken kun je ook zijn natuurlijke vijand de roofmijt inzetten. Die eet de spintmijt op, en tast de plant niet aan. Een ander voorbeeld is de inzet van een speciale soort sluipwesp. Deze eten rupsen. Ook kun je de gewassen sterker maken met nuttige schimmels in de bodem, die de plant beschermen tegen ziektes. Op zulke manieren kun je de natuur voor je laten werken.

3. Als je spuit, doe het dan slim

Dat er soms gespoten moet worden, is voorlopig de realiteit. Maar de manier waarop maakt ontzettend veel uit. Kijk goed naar de planten, de omstandigheden en het weer. In de vroege ochtend of laat in de avond staan de huidmondjes van de planten nog open. Dan nemen ze veel meer op. Het moet niet te nat zijn en niet te hard waaien. 

Er bestaan verschillende machines die een lager verbruik van bestrijdingsmiddelen makkelijker maakt. Zoals bijvoorbeeld de Wingssprayer, een innovatieve spuitmachine die de vloeistof veel fijner vernevelt, zodat die niet meer van het blad druppelt. Bovendien zitten er speciale flapjes aan die voor een turbulentie zorgen waardoor de vloeistof onder het blad wordt geblazen en er bijna niets meer wegwaait. Ook de digitale techniek maakt het gebruik van minder pesticiden mogelijk. Je kunt bijvoorbeeld met drones informatie over je gewassen verzamelen, op basis waarvan je bepaalt waar je nog moet spuiten en waar niet.

4. Wees slimmer dan je adviseurs

De boeren in het artikel van De Groene Amsterdammer vertellen dat zij regelmatig berichtjes, mails en telefoontjes krijgen van teeltadviseurs die waarschuwen dat er weer gespoten moet worden. Maar soms is dat helemaal niet nodig. Toch laten veel boeren zich beïnvloeden, uit angst voor een mislukte oogst. Daarmee moet het eens afgelopen zijn. Koop dus alleen middelen als je er zelf in gelooft!

Transitie vraagt om ondersteuning

Deze vier tips kunnen telers helpen. Maar ondanks dat het goed mogelijk is om over te stappen op duurzamere alternatieven voor bestrijdingsmiddelen of om het gebruik te verminderen blijft het voor boeren lastig om die omschakeling te maken. Om het middelengebruik te halveren moet je eerst door een fase heen waarbij experimenteerruimte nodig is, voor zowel boeren die meer risico lopen als voor de aanbieders van alternatieven die moeten investeren in onderzoek en ontwikkeling. Ook de transitiekosten zijn niet voor iedereen te betalen. Vaak zijn eerst investeringen nodig. Pas daarna gaat de nieuwe aanpak zichzelf terugverdienen.

Peter Leendertse vindt dat supermarkten hieraan kunnen bijdragen door een meerwaarde te betalen voor onbespoten en nauwelijks bespoten producten. Ook heeft de landbouw pioniers nodig: boeren die er 100% voor willen gaan. Zij moeten laten zien dat we toekunnen met de helft van de bestrijdingsmiddelen, en met minder kunstmest. “Het kan prima. Alleen moet je wel een beetje eigenwijs zijn.”

Bron: De Groene Amsterdammer


 

0  reacties